- De kogels van de halve kartouw -


Een kartouw is een  kanon uit de 16e / 17e-eeuw, en gegoten uit gietijzer of brons. Dit kanon had in vergelijking met andere kanonnen een relatief korte loop. Er waren twee gradaties kartouwen. Zo schoot een 'heel kartouw' kogels af van 48 pond en een 'half kartouw' die van 24 pond. De halve kartouw werd het meest gebruikt tijdens veldtochten. Een kartouw was vroeger in gebruik als vesting- belegering- veld- en scheepsgeschut.

Een bijzondere uitdaging stond me dus te wachten in de winter van 2018 toen ik de vraag kreeg om twee behoorlijk zwaar aangetaste kanonskogels te reinigen en te conserveren. Wat ben ik blij dat ik gehoor heb gegeven aan dit verzoek. Niet alleen vond ik het een bijzonder reinigingsproces, maar deze kanonskogels brachten mij ook nog een aangename verrassing, zoals later zou blijken.


Specificatie bodemvondst

- gewicht

- diameter

- materiaal

- datering

: 11.6 kilogram per stuk

: 14.48 centimeter

: gietijzer

: einde 16e eeuw / begin 17e eeuw


Voor de goede orde heb ik deze twee hernia bezorgers niet zelf gevonden, maar mij is het verhaal erachter verteld. Deze kogels zijn afkomstig uit een stukje dijk op Walcheren wat is afgegraven en waar nu een nieuw podium is herrezen. Tijdens dit project vielen alle puzzelstukjes op hun plek, maar voordat ik hierover nu al teveel vertel, eerst een stukje geschiedenis van deze 24 ponds kanonskogel in de lage landen.



Dit type kanonskogels zijn gegoten gietijzeren bollen, die in hun beginjaren werden gegoten door de ´klokkengieters´ uit die tijd. Hieruit zijn later de gespecialiseerde kanongieterijen ontstaan. Het verhaal begint in het jaar 1590 toen Prins Maurits de artillerie ging standaardiseren. Vanaf dit moment werd er besloten nog maar vier verschillende kalibers kanonskogels te gieten; de 48 ponder (kartouw), 24 ponder (half kartouw), 12 en 6 ponders.

Er ontstond een tweedeling in de artillerie, je had de veldartillerie en de vestigingsartillerie  naast de toen al bekende scheepsartillerie. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de twee zwaarste kalibers gebruikt werden door de veldartillerie, een kanon inclusief affuit (onderstel) en voorwagen woog een slordige 3900 kilogram en moest door meer dan 15 trekpaarden verplaatst worden, niet echt hanteerbaar. Pas na de tweede helft van de zeventiende eeuw zou de `houwitser` ( een met buskruit gevulde holle ronde kogel) zijn intrede doen waarna de massieve gietijzeren kanonskogel snel zijn functionaliteit zou verliezen mede door het gemak van het afvuren, de schade die deze kon toedienen, en het enorme gewichtsverschil.


Terug naar het project en de identificatie van deze kanonskogels:

Deze twee kanonskogels wegen dus bijna 24 pond per stuk, en worden ook wel half kartouw genoemd. Ze werden enkel gebruikt door de Staatse artillerie omdat de andere betrokken landen geen gebruik maakten van kanonskogels met een kaliber groter dan 16 pond (Franse leger). Voor het terug dringen van de Spaanse overheerser tijdens de 80 jarige oorlog riep Willem van Oranje de hulp in van de Watergeuzen (*) en door een deel van het land onder water te zetten konden zij vrij eenvoudig vanuit Den Briel Walcheren bevrijden van hun bezetter. Op deze manier kregen ze de beschikking over wapens die in het bezit waren van de Staatse troepen.

Echter, bij Walcheren stuitten ze op hevig verzet vanuit zee en stationeerden ze langs de kust meerdere vestingartillerie-batterijen met een verstevigde ommuring ter bescherming. Dat wil zeggen dat zwaar artillerie aan de Walcherse kust heeft gestaan. Vanwege de ligging van de twee kanonskogels (tegen elkaar aan) is het dan ook zeer aannemelijk dat deze kogels nooit vanaf een schip zijn afgeschoten, maar daar al die tijd hebben gelegen.

 

(*) Watergeuzen waren Geuzen die zich aan het begin van de Nederlandse Opstand op zee als zeerovers of vrijbuiters ophielden en ook de kustdorpen onveilig maakten. Zij waren verwant aan de bosgeuzen.

 



Eindconclusie:

Deze twee half kartouw kaliber kanonskogels hebben hoogst waarschijnlijk deel uitgemaakt van een vestingwerk en liggen daar vanaf begin 1600 tot 1650. Ze zijn ingezet door hetzij de Staatse artillerie, of door de Watergeuzen, ter verdediging van de monding van de Westerschelde op één van de meest strategische plekken van het eiland Walcheren. 

Mijn verrassing waar ik het over had helemaal aan het begin van dit verhaal was de volgende; ik ontdekte na de reiniging dat de kanonskogels gestempeld zijn. En dat de stempel die nauwelijks te zien is hoogstwaarschijnlijk zijn oorsprong kent uit de gieterij van diens ontstaan. Op de 1e foto uit rij 2 is duidelijk de indruk te zien waar de stempel is geplaatst. 


- De 12/8e Maravedis -


Deze redelijk unieke bodemvondst zag tijdens een opgraving in november 2018 aan de Walcherse kust, na bijna 400 jaar weer het daglicht. Maar houd u het voor mogelijk dat het hier gaat om een munt bestaande uit twee verschillende munten? De uitleg voor de benaming 12/8e  heeft hier mee te maken. De  originele slag van deze munt vind plaats onder het bewind van Philip III (1598-1621). Deze munten werden geslagen in Segovia in Spanje.

 

Philip III (Philip de vrome) overleed in Maart 1621 in Madrid, waarna zijn zoon Philip IV de troon overnam. Tijdens de regeerperiode van Koning Philip III wist hij tussen 1609-1621 een wapenstilstand af te sluiten gedurende de 80 jarige oorlog.


Na zijn overlijden hervatte Koning Philip IV samen met zijn nieuwe adviseur Olivares de oorlog weer. De reden hiervoor was dat hij het vernederend vond voor Spanje en wilde op deze manier de eer van het land herstellen tegen de Republiek Nederland, welke onder leiding stond van Maurits.

De reden voor het wijzigen (calderillas genoemd in Spanje) valt terug te herleiden naar de slechte economische staat van Spanje destijds door de vele oorlogen in die eeuw (80 jarige oorlog). Omdat er veel geld werd gestoken in het uitbreiden van de Spaanse vloot besloot Philip IV de kleine waarde munten om te stempelen naar een hogere waarde.

In dit geval werd de VIII omgestempeld tot XII, vrij vertaald 12 Maravedis uit 8.

De Maravedis was dus eigenlijk een tegenhanger (resello) van de originele munt van Koning Philip III.

 


Eindconclusie:

Je kunt spreken van een vorm van vervalsing om ervoor te zorgen dat je meer geld kon uitgeven dan dat je eigenlijk in bezit had.